Makkelijk slijpen – Stapsgewijze slijpinstructie

Goed geslepen kettingen verhogen duidelijk het zaagresultaat en maken het werk voor u eenvoudiger. Wij geven u graag adviezen en tips waarvan ook ervaren gebruikers van motorzagen nog kunnen profiteren.

Makkelijk slijpen – Stapsgewijze slijpinstructie

Hier vindt u uitleg over de opbouw van een zaagketting en een stapsgewijze handleiding hoe u zelf de ketting kunt slijpen. Bij de details over de slijphoek en het vasthouden van de vijl dient altijd rekening te worden gehouden met het type zaagketting.

Zo zien de handgrepen in de praktijk eruit:

Opbouw van een zaagketing

Allereerst richten wij ons nu op de terminologie en het identificeren van uw kettingen zodat u altijd precies weet waar we het over hebben. Zaagkettingen bestaan uit de volgende componenten:

Zaagtand links

Zaagtand links

1 = Bovenkant zaagtand

2 = Dieptebegrenzer

Zaagtand rechts

Zaagtand rechts

Verbindingsschakel met klinknagel

Verbindingsschakel met klinknagel

Verbindingsschakel zonder klinknagel

Verbindingsschakel zonder klinknagel

Veiligheidsaandrijfschakel

Veiligheidsaandrijfschakel

Aandrijfschakel

Aandrijfschakel

De steek van de zaagketting is bijzonder belangrijk voor het slijpen, omdat het te gebruiken slijpgereedschap kan wijzigen, afhankelijk van de steek. Als u de steek van de ketting niet kent, kunt u deze als volgt bepalen:

zo vindt u uw steek

Eenvoudig slijpen met de rondvijl

Om goed met een vijl te kunnen slijpen moet u bij voorkeur beide handen vrij hebben. Daarom moet de zaag met het blad worden vastgezet in een bankschroef of in een vijlbok als u in het bos bent.

De werkwijze is in principe heel eenvoudig: eerst worden alle tanden van de ene kant geslepen en daarna die van de andere kant. De kettingrem wordt ingeschakeld om te voorkomen dat de ketting kan draaien.

Dan worden eerst de goed bereikbare tanden aan de bovenzijde van het blad geslepen. Daarna schakelt u de kettingrem uit om de ketting een paar tanden verder te laten draaien en vervolgens schakelt u hem weer in om deze tanden te bewerken.

Het is altijd handig de eerste geslepen tand te markeren, zodat u kunt zien wanneer u rond bent.

Vijlbok

De rondvijlen werken in principe in de actieve richting. Zaagtanden worden steeds van binnen naar buiten gevijld. De zijde met de gebogen punt van de zaagtand bevindt zich aan de binnenkant. Het gevolg daarvan is, dat de linker zaagtanden van rechts en de rechter zaagtanden van links worden geslepen.

De juiste werkrichting

Het juiste gereedschap voor de zaagtand

De vijldiameter is afhankelijk van de steek van de zaagketting:

Steek

3/8" hobby

3/8" hobby-mini

325"

325" vanaf de helft

3/8"

"Voor enkele fabrikanten van 3/8""-kettingen"

404"

Vijldiameter

4.0 mm

4.0 mm

4.8 mm

4.5 mm

5.5 mm

5.2 mm

5.5 mm

Vijlhouder

De rondvijlen ontvangt u ook met praktische vijlhulp met vijlgreep.

Als na regelmatig slijpen er niet meer kan worden gevijld zonder dat daarbij aandrijfschakels of verbindingsschakels worden meegevijld en daardoor beschadigd raken, moet worden overgegaan op een vijl met een kleinere diameter.

De juiste positie van de vijl

De hoogte van de vijl ten opzichte van de bovenkant van de zaagtand heeft grote invloed op het slijpresultaat. 20% van de vijl moet boven de bovenkant van de zaagtand uitkomen en slechts 80% van de diameter van de vijl mag bij de tand uitkomen.

Om dit zowel aan de linker- als rechterzijde en ook bij iedere zaagtand op gelijkmatige wijze te bereiken, is enige oefening noodzakelijk. Hierbij helpt de vijlhouder. Deze bestaat uit een plaat met een verlaging waarin de vijl wordt geplaatst en dan wordt vastgeschroefd of vastgeklemd. De vijlhouder voorkomt dat de vijl te diep kan worden gehouden.

Om de ketting te laten werken, moeten de beide zaagkanten de buitenste begrenzing van de ketting vormen. Aan de ene zijde is dat de bovenkant van de zaagtand en aan de andere is het de buitenkant van de tand. Bij de haakse zaagkettingen komen deze beide zijden in een hoek bij elkaar (hoek, bijna 90 graden) en bij de halfhaakse zaagkettingen in een radius (ronding).

De belangrijkste zaagwerkzaamheden van de ketting vinden plaats bij deze hoek resp. in deze radius. Deze buitenste begrenzingen moeten daarom bij voorkeur doorlopend in de passende hoeken geslepen en zonder schade zijn.

De slijphoek

De vijl resp. de vijlhouder wordt vanuit de verticale richting in de bladrichting gedraaid met de gewenste hoek. Kies de juiste hoek op basis van het type ketting, dit zijn onze adviezen:

De slijphoek

Type zaagkettingen

Halfhaakse zaagkettingen

Haakse zaagketting

Zaagkettingen voor zagen in de lengte

Slijphoek

30 Graad

25 Graad

10 Graad

Vijlhouder

10 Graad opwaarts

10 Graad opwaarts

10 Graad opwaarts

Om deze hoek ook te kunnen behouden, zijn er verschillende hulpmiddelen:

  • markering op de vijlhouder
  • markering op het slijpraster, dat met magneetkracht op de geleider wordt vastgehouden
  • markeringen op de zaagtanden zelf

Alle andere hoeken, zoals de snijhoek van de bovenkant en van de voorzijde worden automatisch verkregen uit de juiste waarden, als de passende vijl geselecteerd is en de positie ervan juist is.

Vijlhouder

Zo slijpt u met de rondvijl

De vijl wordt met zachte zijdelingse druk zoveel mogelijk in een rechte lijn naar voren en dan zonder druk naar achteren bewogen.

De vijlbewegingen dienen zoveel mogelijk met de hele lengte van de vijl te worden gemaakt en moeten gelijkmatig zijn. Tel de vijlbewegingen, zodat u bij de volgende tand precies evenveel vijlbewegingen kunt maken.

Door het markeren van de eerste gevijlde tand is het duidelijk wanneer de eerste zijde afgewerkt is. Als u daarmee klaar bent, wisselt u van zijde en vijlt deze dan eveneens volledig.

Tip: door de vijl tijdens het vijlen enigszins te draaien slijt de vijl gelijkmatiger. Iedereen heeft een voorkeurszijde. Daarom wordt vaak aan een van de zijden bij een gelijk aantal vijlbewegingen duidelijk meer weggevijld dan aan de andere zijde. Als u dit weet, is het een goed idee om aan uw zwakkere zijde altijd één vijlbeweging meer te maken dan aan uw sterkere zijde.

Het aantal vijlbewegingen die nodig zijn om de ketting weer scherp te maken, hangt af van de toestand van de ketting en de vijl. Wie regelmatig slijpt, bijv. iedere keer bij het tanken, heeft vaak aan een of twee vijlbewegingen genoeg, maar als er gewacht wordt tot de ketting bot is en echt niet meer zaagt, kunnen meerdere bewegingen nodig zijn.

Uiteindelijk is dit belangrijk: alle tanden zijn even lang, alle inkepingen en andere beschadigde plekken zijn weggevijld, de chroomlaag ziet er nu op alle zaagkanten intact uit en de binnenkant van de tanden glanst als blank metaal.

Let op: er mag maximaal tot een eventueel aanwezige slijtagemarkering worden gevijld of, als deze niet aanwezig is, tot de resterende bovenkant van de zaagtand 3 mm lang is. Daaronder bestaat gevaar op afbreken!

Checklist voor een goed geslepen ketting

  • Alle snijtanden hebben dezelfde lengte
  • De slijphoek van de linker en rechter zaagtand zijn dezelfde
  • De slijphoek is 30 graden
  • De dieptebegrenzers zijn gelijkmatig afgenomen

De dieptebegrenzer

De dieptebegrenzer begrenst de indringdiepte van de bovenkant van de zaagtand in het hout. De bovenkant van de zaagtand wordt aan de achterzijde steeds lager. Door het slijpen wordt de bovenkant van de zaagtand steeds korter en daardoor ook kleiner. De afstand tussen de bovenkant van de zaagtand en de bovenkant van de dieptebegrenzer wordt daardoor bij het slijpen minder.

Voor het bereiken van een goed zaagresultaat is er voor elk type ketting een optimale dieptebegrenzerafstand.

Gevolgen van een te kleine dieptebegrenzerafstand: beperkte of helemaal geen zaagprestatie.

Gevolgen van te grote dieptebegrenzerafstand:

  • ketting loopt onregelmatig, veel trillingen
  • groot terugslagrisico
  • korte levensduur, meer speling van de ketting
  • ketting kan breken

Het juiste gereedschap voor de dieptebegrenzer

De vlakvijlen die voor dit doel geschikt zijn, zijn meestal niet te vergelijken met de standaardvijlen uit de normale gereedschapshandel. Zij hebben een fijnere slag. Ook de buitenste afmetingen zijn afgestemd op het gebruiksdoel.

Er zijn verschillende hulpmiddelen beschikbaar om het correct bijvijlen van de dieptebegrenzer te vereenvoudigen. De dieptebegrenzermallen zijn hierbij het belangrijkst. Deze worden zo geplaatst, dat de dieptebegrenzer tot een bepaald deel opkomt. Het materiaal dat daar bovenuit komt moet worden weggevijld. De mal zelf is meestal gehard en wordt daardoor niet door de vijl weggevijld.

Werken met dieptebegrenzermal

De zaag is ingespannen en we beginnen weer met een zijde. Pas als deze klaar is, wordt overgegaan naar de andere zijde. De werkrichting is ook bij de dieptebegrenzer van binnen naar buiten.

De dieptebegrenzermal ligt op de bovenkanten van de tanden van de ernaast liggende zaagtanden. In de opening van de mal bevindt zich nu alleen nog de te bewerkende dieptebegrenzer. De snijkanten van de tanden worden door de vijlmal tegelijkertijd beschermd tegen beschadiging.

Er wordt met de vlakke vijl over de opening gevijld. Als de dieptebegrenzer uitsteekt, zal de vijl dit uitsteeksel verwijderen tot deze op de mal uitkomt. Dan wordt de volgende dieptebegrenzer bewerkt.

Vervolgens kan de dieptebegrenzer met de vijl nog enigszins worden afgerond om zijn oorspronkelijke vorm terug te krijgen. Hierbij moet erop worden gelet, dat de vijl niet de zojuist geslepen kanten van de zaagtanden beschadigt (want de bescherming van de vijlmal ontbreekt nu).

Praktische hulpmiddelen bij het slijpen van zaagkettingen

Heeft u vragen of niet gevonden wat u zocht?

Onze servicehotline: 0800 096 69 66

ma - vr: 09.00 - 17.00 uur

terug